U bent hier:Home DNA‑databank DNA-faq's
Deze pagina’s bieden een overzicht van de antwoorden op vragen over DNA die regelmatig aan het Nederlands Forensisch Instituut gesteld worden.
Heeft u het antwoord op uw vraag niet kunnen vinden, dan kunt u deze stellen via DNAardigheden@nfi.minvenj.nl.
DNA (= Desoxyribo Nucleic Acid = Desoxyribonucleïnezuur) is de stof waarop de erfelijke eigenschappen van levende organismen zijn gelokaliseerd.
DNA-kenmerken zijn delen van het DNA die we goed kennen en zichtbaar kunnen maken. In het moderne DNA-onderzoek wordt gebruik gemaakt van DNA-kenmerken die in verschillende lengtes voor kunnen komen (polymorfe DNA-kenmerken). Elk DNA-kenmerk komt bij een individu dubbel voor.
Van elk paar kenmerken is de ene helft afkomstig van de vader en de andere helft van de moeder. Is de lengte van beide DNA-kenmerken van een paar gelijk dan noem je zo’n individu homozygoot voor dat kenmerk. Zijn de lengtes van beide DNA-kenmerken van een paar ongelijk dan noem je zo’n individu heterozygoot voor dat kenmerk.
Een DNA-profiel is een weergave (grafisch of in tabelvorm) van een aantal DNA-kenmerken van een persoon.
Bij een DNA-onderzoek worden DNA-profielen bepaald en met elkaar vergeleken. Bij forensisch DNA-onderzoek gaat het om de vergelijking van:
het DNA-profiel van een persoon met het DNA-profiel uit biologisch sporenmateriaal dat op een plaats delict is aangetroffen
DNA-profielen uit biologisch sporenmateriaal dat op verschillende plaatsen delict is aangetroffen, om vast te stellen of dezelfde (op dat moment nog onbekende) persoon op die verschillende plaatsen delict kan zijn geweest.
Bij DNA-onderzoek dat gericht is op het vaststellen van ouder-kindrelaties worden DNA-profielen van veronderstelde ouders en kinderen met elkaar vergeleken. Hierbij wordt vastgesteld of de DNA-kenmerken van de kinderen terug te vinden zijn bij hun veronderstelde ouders.
Uitgebreidere informatie over DNA-onderzoek staat op de literatuurpagina.
Het DNA dat in de kernen van de cellen van een persoon voorkomt is uniek (behalve bij eeneiige tweelingen) en wordt daarom bij voorkeur gebruikt voor het bepalen van een DNA-profiel. Naast dit nucleaire DNA in de celkern zit in de celonderdelen ook DNA. Deze ‘mitochondriën’ zijn betrokken bij de energiehuishouding van de cel. Dit DNA is veel minder uniek omdat het in principe onveranderd overerft van moeder op kind. Een grootmoeder, haar kinderen en de kinderen van haar dochters hebben dus allemaal hetzelfde mitochondriale DNA-profiel.
Leerlingen in het voortgezet onderwijs die een werkstuk moeten maken of een spreekbeurt willen houden over DNA, kunnen meer informatie over DNA vinden op de volgende websites: