U bent hier:Home Het NFI Geschiedenis
De grondslagen voor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) werden kort na de Tweede Wereldoorlog gelegd. Op 30 juli 1945 richtte prof. dr. W. Froentjes het Gerechtelijk Laboratorium op. Zes jaar later vond de oprichting plaats van een verwant instituut, het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium, later het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie. Aan het hoofd stond de in Nederland alom bekende patholoog-anatoom dr. J. Zeldenrust. De heren Zeldenrust en Froentjes waren pioniers van het forensisch wetenschappelijk onderzoek in ons land.
Het Gerechtelijk Laboratorium telde in het begin drie medewerkers. Bij het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium werkte dr. Zeldenrust in 1951 met één laborant. Beide laboratoria waren gehuisvest in een pand van de Rijkspolitie. In een eetzaal van een voormalig internaat aan de Haagse Raamweg was daar een laboratoriumruimte ingericht voor het jonge instituut.
Laboratoriumruimte aan de Raamweg
De behuizing aan de Raamweg werd in de jaren daarna in snel tempo te klein. De werkterreinen van de beide laboratoria breidden zich flink uit. Toenemende mogelijkheden binnen de onderzoeksgebieden, nieuwe onderzoeksterreinen en een toename van het belang van forensisch-technisch bewijs zorgden ervoor dat beide instituten uit hun jasje groeiden. De naderende invoering van de bloedalcoholonderzoeken bij rijden onder invloed deed de instituten eind jaren zestig uitzien naar een nieuwe behuizing.
In 1973 verhuisden beide laboratoria naar een nieuw kantoorpand in de Rijswijkse Plaspoelpolder. Modern, ruim en speciaal ingericht voor de onderzoeken die in die tijd werden uitgevoerd.
Laboratoriumruimte aan de Volmerlaan
De ontwikkelingen in het forensisch onderzoek gingen echter steeds sneller. Zo snel, dat de behuizing van de laboratoria binnen tien jaar alweer te klein was. Door nieuwe wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen kwamen er steeds meer onderzoeksgebieden bij. Eind jaren tachtig werd DNA-onderzoek een specialisme en de toenemende informatisering van de maatschappij leidde tot onderzoeken naar bijvoorbeeld computers, gegevensbestanden en andere informaticagerelateerde zaken.
In 1999 gingen het Gerechtelijk Laboratorium en het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie samen tot het huidige NFI, om zo doelmatiger te kunnen werken en de efficiency te vergroten. Met deze fusie brachten de laboratoria alle forensische wetenschapsgebieden samen binnen één organisatie.
Het NFI is tegenwoordig gehuisvest in een modern pand in het Haagse Ypenburg, dat speciaal ontworpen is naar de eisen die een forensisch laboratorium aan zijn huisvesting stelt. Het instituut omvat meer dan dertig onderzoeksgebieden.
De twee voorgangers van het NFI, het Gerechtelijk Laboratorium en het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie, waren gehuisvest in hetzelfde gebouw. Beide laboratoria hadden een eigen directeur. Dit waren achtereenvolgens:
Gerechtelijk Laboratorium
1945-1974 prof. dr. W. Froentjes
1974-1981 dr. A. H. Witte
1981-1983 dr. J. W. Verburgt
1983-1992 prof. dr. E. R. Groeneveld
1989-1992 E. M. Klep (interim-manager)
1992-1999 dr. W. J. J. M. Sprangers
Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie
1951-1985 dr. J. Zeldenrust
1985-1997 M. Voortman
1997-1999 A. Vendel (interim-manager)
1999-1999 dr. L. de Waal
In 1999 gingen beide instituten samen tot het huidige NFI, met achtereenvolgens als directeuren:
NFI
1999-2006 dr. A.S.M. Koeleman
2007-heden dr. T.B.P.M. Tjin-A-Tsoi
Prof. dr. Froentjes legde in 2002 de eerste steen van het nieuwe gebouw van het NFI. Als eerbetoon aan de grondleggers van het NFI dragen twee vergaderzalen in dit gebouw de namen van de heren Zeldenrust en Froentjes. De huisvesting van het NFI en de beide instituten die later het NFI zouden vormen, illustreert bij uitstek de ontwikkelingen van het instituut.
De heren J. Zeldenrust en W. Froentjes
De ontwikkelingen op het gebied van forensisch onderzoek zijn stormachtig. Behalve in de rechtszaal legt het NFI steeds vaker publieke verantwoording af in de media. Dit stelt hogere eisen aan de communicatie van het NFI. De organisatie kijkt dan ook zeer kritisch naar zichzelf. Door te investeren in kennis en innovatie speelt het NFI in op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Het NFI loopt hierin, ook internationaal gezien, voorop, en wil dat blijven doen.