U bent hier:Home Het NFI NFI in beeld en geluid
De films geven u een beeld van het werk van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dat bestaat uit het doen van forensisch onderzoek, het ontwikkelen van nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis en expertise.
Het NFI is het oudste en meest breed georiënteerde forensisch onderzoeksinstituut van Nederland. Door continu te investeren in kennis en innovatie speelt het NFI in op actuele maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Het NFI loopt hierin ook internationaal gezien voorop. Deze corporate film geeft een indruk van de werkzaamheden van het NFI en zijn deskundigheidsgebieden.
02-06-2008 | wmv-bestand, 10:17 min., 35,5 MB
Sporendeskundigen van het NFI zijn, indien nodig, aanwezig op de plaats delict. Zij geven onafhankelijk forensisch advies over het vinden en zo goed mogelijk veiligstellen van sporen.
Het NFI biedt een grote verscheidenheid aan forensische diensten en maakt hierbij gebruik van de nieuwste technologieën en wetenschappelijke inzichten.
Opdrachtgevers van het NFI zijn: politie, Openbaar Ministerie, rechterlijke macht en in sommige gevallen de verdediging. Het NFI verricht ook onderzoek voor andere organisaties, zoals bijvoorbeeld de Immigratie- en Naturalisatiedienst of de FIOD. Maar ook internationale organisaties doen regelmatig een beroep op het NFI, waaronder de internationale strafhoven en de VN.
Op het NFI bestaat de mogelijkheid een driedimensionaal model van de plaats delict te maken. Voordeel van zo'n model is dat het meer inzicht geeft op de situatie. Het is bijvoorbeeld mogelijk om reconstructies van kogelbanen en bloedspoorpatronen in het model zichtbaar te maken.
Bij een complexe zaak worden diverse onderzoeksgebieden van het NFI betrokken. Tijdens een zogenaamde ‘forensische intake’ zijn deskundigen van het NFI en de klant aanwezig. Hier worden afspraken gemaakt over welk onderzoek het NFI in opdracht van de klant gaat uitvoeren.
De patholoog heeft de taak de doodsoorzaak vast te stellen. In dit geval is de onderzoeksvraag of het slachtoffer door de kogel om het leven is gekomen of niet?
Direct na de sectie maakt de patholoog een rapport op.
Het is van het grootste belang te voorkomen dat sporen van verdachte en slachtoffer vermengen. Op het slachtoffer kunnen echter ook sporen van de dader aangetroffen worden.
Om de kwaliteit te waarborgen wordt er alles aan gedaan om gedurende het hele proces contaminatie, dat wil zeggen vervuiling of vermenging van sporen, zo maximaal mogelijk te voorkomen. Ook worden de werkprocessen nauwkeurig gemonitord.
Ook bij een verdachte kunnen sporen, zoals schotresten, worden gevonden.
Schotresten die uit de zij-, onder- en bovenkanten van het schietwapen vrijkomen, worden afgezet op bijvoorbeeld de handen of mouw van de schutter. Onderzoek aan de schiethand van een mogelijke schutter wordt gedaan door de handen te bemonsteren. Die monsters worden onderzocht met behulp van deze scanning elektronen microscoop (SEM). Zo kan vastgesteld worden of iemand schotresten op zijn hand heeft.
Bijna iedereen heeft thuis een computer. Vaak bevindt zich daarin belangrijke informatie voor het onderzoek.
Een opengeschroefde laptop wordt onderzocht en data wordt op een andere computer uitgelezen.
Bij een vergelijkend glasonderzoek onderzoekt het NFI de relatie tussen glas dat op de verdachte is aangetroffen, en glas van de vaas dat afkomstig is van de plaats delict. Met dit apparaat, de LA-ICPMS, kan de elementsamenstelling van een glassplinter onderzocht worden. Zo kan men bijvoorbeeld onderzoeken of een persoon of voorwerp in contact met de gesneuvelde vaas is geweest. Ook vanuit het buitenland wordt regelmatig een beroep gedaan op dit bijzondere apparaat van het NFI.
Daders denken soms dat in een vernielde telefoon geen sporen meer zijn terug te vinden. Het NFI heeft echter een technologie ontwikkeld om chips uit op het oog vernielde mobiele telefoons, alsnog uit te lezen.
Het NFI zet sterk in op Research & Development. Daardoor kunnen diensten continu worden verbeterd en vernieuwd naar behoefte van de klant. Zo kan het instituut inspelen op veranderingen in forensische vragen die worden gesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de nieuwste technologische ontwikkelingen. Soms is het nodig om kennis en technologie van buiten het instituut te halen. Hiervoor werkt het NFI samen met kennisinstituten, universiteiten en het bedrijfsleven.
Als het onderzoek is volbracht en het rapport is opgeleverd, zit het werk van forensisch deskundigen er niet altijd op. Ze kunnen tijdens een rechtszaak worden opgeroepen als getuige-deskundige.
De ontwikkelingen op het gebied van forensisch technisch onderzoek gaan snel. De aandacht voor het werkveld van het NFI is enorm toegenomen. Het instituut blijft dan ook zeer kritisch naar zichzelf kijken. Door te investeren in kennis en innovatie speelt het NFI in op maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Het NFI loopt hierin ook internationaal gezien voorop.
Een man wordt in een caravan vermoord. De dader is in paniek en wil zo snel mogelijk van het bewijsmateriaal af. Wat doet hij? Of liever: wat zou u doen? Want u bepaalt namelijk hoe het bewijsmateriaal vernietigd wordt, opdat het spoor naar de dader doodloopt. Totdat het NFI onderzoek doet naar de stille getuigen...
Get rid of the evidence, ontwikkeld door het NFI, geeft inzicht in het spannende en technische werk van het NFI.
(Engelsgesproken) film over de rol van forensisch onderzoek bij nucleaire veiligheid
Iedere dag zijn veel mensen betrokken bij het bewaken van de openbare orde en veiligheid. Daarbij worden vaak grote hoeveelheden data onderzocht. In het kader van het programma 'Veiligheidsverbetering door Information Awareness' - dat valt onder de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) - is bij het NFI het project Patroonherkenning gestart. Dit project is uitgegroeid tot het Kennis- en expertisecentrum voor intelligente data-analyse; Kecida.
Een plaats delict (PD) kan maar één maal worden onderzocht. Als sporen niet goed worden veilig gesteld, zijn zij misschien voorgoed verloren. Wat zou het mooi zijn als een PD digitaal zou kunnen worden bewaard. Dat lijkt science fiction, maar het is al bijna werkelijkheid.
In het project CSI The Hague ontwikkelt de top van forensische en technologische bedrijven in Nederland een technologie om een PD te digitaliseren. Zo is het in de nabije toekomst mogelijk om in een virtuele omgeving, als het ware te voelen, ruiken, zien, horen en/of proeven welke sporen zijn achter gebleven.
In juni 2011, tijdens de maand van het Spannende Boek, zijn 25 schrijvers van misdaadthrillers op bezoek geweest bij het NFI. Tijdens hun bezoek werd het onderzoek naar bijvoorbeeld een schietpartij of moordonderzoek belicht. Die ervaringen hebben zij verwerkt in thrillers, gezamenlijk uitgebracht in de verhalenbundel 'Stille getuigen'.